|
Sigmund Freud (1856-1939) heeft als eerste wetenschappelijk onderzoek
verricht naar de menselijke psyche. In 1882 begon zijn medische carrière
in het Algemeen Ziekenhuis van Wenen.
In 1882 vertelde zijn vriend Breuer hem over een patiënte. Deze patiënte had hysterische aanvallen en
Breuer paste hypnose toe. Deze vorm van therapie liet haar details herinneren van vergeten
gebeurtenissen die de oorzaak waren van haar hysterische symptomen. Door deze
herinneringen te herkennen en te verwerken werd ze bevrijd van haar klachten. Freud raakte
door de verhalen van Breuer gefascineerd door de mogelijkheden van hypnose en hij besloot
de werking van hypnotherapie verder te bestuderen.
Freud besefte het belang van het onderbewuste, niet alleen bij ziektebeelden
maar ook in het dagelijkse leven. In die tijd liet hij verder onderzoek naar
hypnose varen en spitste zich toe op de Vrije Associatie. De ontdekking van
het belang van dromen was de basis voor zijn werk De Droomduiding. Door dit
werk kreeg Freud veel aanhangers waaronder Carl Gustav Jung.
Freud deed steeds meer ontdekkingen in verband met onderbewuste
schuldgevoelens en de stadia van de seksuele ontwikkeling. Aan de hand van verhalen
van patiënten ontdekte hij dat klachten vaak hun oorsprong vinden in de seksualiteit.
Freud is steeds bij zijn seksuele theorieën gebleven terwijl Jung meer
aandacht ging schenken aan het spirituele en de mythologie. Deze
onverenigbare ideeën leidden in 1913 tot een breuk tussen beiden.
Voor meer informatie over Sigmund Freud klik
hier.
|