|
Franz Anton Mesmer (1734-1815) was een
Oostenrijkse arts. Hij meende een geheimzinnig fluïdum ontdekt te hebben dat
van iedere magneet uitgaat. Dit fluïdum zou geneeskrachtige eigenschappen
hebben. Later beweerde hij dat vanuit het lichaam eveneens een dergelijke
kracht uitgaat. Hij noemde dat dierlijk magnetisme.
Mesmer plaatste zijn cliënten rond een tobbe met ijzerhoudend
(gemagnetiseerd) water en liet ze de rand van de tobbe vasthouden.
Vervolgens raakte hij zijn cliënten met een ijzeren staaf op verschillende
plekken van het lichaam aan. Daarbij droeg hij kleding met een majestueuse
uitstraling en keek zijn cliënten strak aan. Het doel van deze magnetische
behandeling was het bewerkstelligen van een crisis, heftige stuiptrekkingen
en een toestand van extase die, zoals hij meende, voor genezing zorgt.
Door de magnetische behandeling van Mesmer zijn de begrippen
Magnetiseren, Magnetiseur en Mesmerisme ontstaan.
Mesmer besefte niet dat het zijn suggestiviteit was die tot genezing van
zijn cliënten leidde. Speciale handbewegingen, muziek en de sfeer rondom de
tobbe versterkten dit effect. Zijn cliënten waren overtuigd van de effectiviteit van
de behandeling en dat zorgde voor genezing. Dit is te vergelijken met de
soms verrassend positieve werking van een placebo medicijn.
Mesmerisme en hypnotherapie worden met elkaar in verband gebracht omdat
beide gebruik maken van suggesties. Mesmer deed dit door de bijzondere
entourage van zijn sessies, hij maakte geen gebruik van verbale methoden.
De hypnotherapeut gebruikt verbale suggesties om de cliënt er toe aan te
zetten belemmerende gedachtepatronen te wijzigen.
Voor meer informatie over Franz Anton Mesmer klik
hier.
|